Weblog Jan Van Duppen

Over de nood aan genees-, heel- en verloskundigen.

30 / 05 / 2010

‘Mensen zijn vreemd. Zonder erbij stil te staan begaan ze de ergste misdaden, maar daarna kunnen ze niet leven met de herinnering aan wat ze gedaan hebben. Die moeten ze kwijt, en dan komen ze naar mij omdat ze weten dat ik de enige ben die opluchting kan bieden, en vertellen me alles. Ik ben het afvoerputje, Brodeck. Ik ben geen priester, ik ben een menselijk afvoerputje. In dat hoofd van mij kun je al je ettervocht en smerigheid gieten, zodat je je weer verlicht en opgelucht voelt. En daarna gaan ze weg alsof er niets gebeurd is. Ververst. Gereinigd. Klaar om opnieuw te beginnen, in de wetenschap dat het afvoerputje zich weer heeft gesloten boven wat hem is toevertrouwd. Dat hij er nooit over zal praten, met niemand. Zij kunnen rustig slapen, maar ik stroom over, Brodeck, ik stroom over, het is te veel, ik kan niet meer maar ik hou vol, ik probeer vol te houden. Ik zal sterven met alle gruwelijkheden die ze in mij hebben uitgestort.’ (Het verslag van Brodeck, 145)

Philippe Claudel laat in zijn meesterwerk die functie van menselijk afvoerputje toelichten door de dorpspastoor.
Er was nochtans een tijd dat ons werd voorgehouden dat in een moderne geseculariseerde maatschappij de rol van de pastoor vervangen werd door die van de dokter. Maar wij begrepen toen niet hoe een priester kon genezen, helen, laat staan verlossen.

Wij herinnerden ons loden tijden op collegekamers in de geur van sigaren en alcohol waar paters en fraters godgegeven levensenergie zouden koesteren met genotvolle pijn in hun blaas. Het droge plezier van drukkend geloof, zoals bij Taoïstische monniken en in goedkoop drukwerk over de alternatieve kracht van traditionele Chinese geneeskunde. Het zou duren tot de cursussen urologie eer we het mechanisme konden vatten van die retrograde ejaculatie.

Met dat soort ongein liet een dynamische progressieveling zich in die bevrijdende tijden niet in, wegens doordrongen van het solidaire verlangen naar het goede doen om het goede. Of zoals Karl Marx het ons had voorgehouden: ‘De filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen.’ ( Elfde Stelling over Feuerbach)

Meer kennis en kunde dan kunst

Wij waren nog jong en de geneeskunde was voor ons nog meer kennis en kunde dan kunst zoals ook de wereld nog maakbaar leek.
Een Cartesiaanse logica werd ons academisch gepresenteerd als motor van wetenschappelijke ontwikkelingen. Als je maar goed genoeg keek zou je zelfs (quantum-)mechanische wetten van de wetenschap kunnen herkennen en begrijpen. Wat let je dan nog te werken aan oplossingen voor menselijk leed en intellectueel lijden in die schemerzones van helverlichte Rede, Waarheid en Vooruitgang van de Mensheid.

Het duurt lang, ontzettend lang, minstens negen jaren lang eer je de taal van het artsenvak kan spellen, eer je de tekens en aanrakingen in de vingers kan krijgen. En dan nog moet je leren kiezen voor genezen door onderwijzen - als dokter - en/of als arts - archi iatros, genezen door heersen.
Geneeskunde studeren eist zoals een opleiding tot priester een hoge graad van inwijdbaarheid.
Je moet er wat voor over hebben om gedurende jaren af te zien van geneugten en verlangens die leeftijdgenoten lang voor jou kunnen beleven, om af te zien van reguliere regelmaat in studie, werk en privé-leven.

Maar later komt de beloning. Je wordt gepromoveerd tot genezer, heler en verlosser. Je zal opgenomen worden in het gild van de Onmisbaren.

Onmisbaar maar niet al te nabij

Misschien daarom ook dat vele artsen als ‘Onmisbaren’ vaak moeilijk afstand kunnen bewaren tegenover hun patiënten, kunnen verzaken aan de illusie van het gewijde goddelijke dat over hen is nedergedaald. Het is immers niet makkelijk als huisarts of psychiater te balanceren in een helende vertrouwensrelatie met een patiënt en toch voldoende afstand te bewaren. Zeker niet wanneer de uitgelopen consultatie zwaar was en de eenzaamheid groot. Helpende helers houden zich ver van het spel van macht en misbruik en kiezen voor collegiale toetsing.

Artsen opteren vaker voor een specialistische opleiding, niet alleen om de centen maar vooral om te kunnen schuilen achter het masker van hun operatiekledij en een indrukwekkend instrumentarium.
‘Larvatus prodeo’ - liever treden we gemaskerd naar voren in onze omgang met de patiënt. Een arts-patiëntrelatie is er een van ontsluiten en afsluiten. Een goede zorgrelatie heeft vooral van doen met de houding die je als zorgverlener aanneemt. Je kan onmogelijk goeie zorg verlenen en tegelijk macht uitoefenen. Macht verderft en corrumpeert, zeker in een vertrouwensrelatie.
Wie zijn of haar dokter niet vertrouwt, kan moeilijk beter worden in zo’n relatie. Wie als zorgverlener zo’n relatie beschaamt, beschadigt de patiënt, ook al wordt die in Nederland tegenwoordig steevast omschreven als cliënt.

Geduld of eisen

Met de vermarkting van de gezondheidszorg hoopten opeenvolgende Nederlandse regeringen op een weldadige Cartesiaanse benadering van ziekte en zorg. Wetenschappelijk wegens becijfer-, begroot-, beknibbel- en dus bespaarbaar. Methodisch wegens herleidbaar tot nauw omschreven handelingen die aan vaardige technici voor een prijsje worden gedelegeerd. De koopmansgeest zou voldoende tuchtigend werken: de beste behandeling tegen de scherpste prijs.

Intussen is het hek van de dam: de kosten voor de zorg swingen onhoudbaar de pan uit wegens martkwerking gevoelig voor minder becijferbare gegevens zoals methodisch verlangen naar winstmaximalisatie door ziekenhuizen, artsenassociaties, thuiszorgconglomeraten, pr- en managementboeren.
De zogenaamde cliënten beginnen intussen stilaan ontnuchterd te snappen dat ze door eisend ‘te’ claimen minder ‘te’-vredenheid scoren dan als patiënt in een vertrouwensrelatie.

‘Verpleegkundig specialisten, praktijondersteuners en nurse practitioners’ worden in Nederland in hoog tempo klaargestoomd om het monopolie van de medische stand - uiteraard ook financieel - te beknibbelen.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg concludeerde in 2007 nog dat verschuiving van taken van artsen naar niet-artsen een positieve bijdrage leverde aan veilige, effectieve, patiëntgerichte en toegankelijke zorg.

Recent blijkt deze taakherschikking echter te leiden tot meer specialisatie en verdere versnippering van de zorg: verpleegkundigen die medicijnen voorschrijven, anesthesiehelpers die medicatie inspuiten, diabetesverpleegkundigen die volgens protocollen suikerzieken volgen, wondverplegers die dermatologen vervangen, sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen die psychiaters substitueren… Niemand heeft nog oog voor en zicht op het geheel van de lijdende mens.

Zorgsubstitutie naar wildgroei

Deze doorgedreven zorgsubstitutie naar goedkopere paramedici heeft een wildgroei van dure case- en zorgmanagers tot gevolg gehad in plaats van lagere kosten en minder tijdsbelasting voor artsen - die nu vooral meer moeten controleren en managen.
De nood aan zorgzame en ervaren verpleegkundigen is intussen gestegen waardoor nog minder ‘handen aan het bed’ en dus slechtere basiszorg voor patiënten. Chronische zieken worden vaker begeleid door verpleegkundigen zonder voldoende medische kennis om verbanden te leggen tussen klachten, andere mogelijke ziektes en medicijnen die ingenomen worden. Medicijnen voorschrijven wordt binnenkort in dezelfde besparingsdrang wettelijk overgelaten aan verpleegkundigen.

Naast de juridische problemen bij dit soort substitutie dreigt schrijnende ellende wanneer verpleegkundigen opgezadeld worden met verantwoordelijkheden waarvoor ze niet eens opgeleid werden.
Erger nog, in dit substituerend en delegerend versnipperen verdwijnt het contact tussen arts en patiënt. Behandelrelaties verliezen de klinische blik en de noodzakelijke ervaring.

Schoonheid van scherven

Na jaren ‘geneeskunde’ kan je werk ‘geneeskunst’ worden: met door nascholing onderhouden kennis van de evoluties in het vak en cumulerende praktijkervaring kan je in een vertrouwensrelatie proberen te luisteren als afvoerputje voor soms nauwelijks te benoemen menselijke angst en lijden. Alle illusies van genezen door de nieuwste medicijnen, van helen door macht, verlossen door kracht moet je laten varen om een bondgenootschap te kunnen sluiten met patiënten. Zij proberen jou te vertrouwen als de bewaarder van de verhalen van wie niet meer zoeken naar een stem. Hen rest vaak alleen nog de schoonheid van de scherven, die onvolmaakte spiegeling.

In de succesvolle, interessante Amerikaanse tv-serie ‘The Sopranos’ wordt die rol behoedzaam waargenomen door de psychiater van maffiabaas Tony Soprano, Dr. Jennifer Melfi.
Zij voelt zich door haar patiënt in de rol gemaneuvreerd van een raadgever zoals Niccolò Machiavelli destijds voor zichzelf had voorzien in zijn relatie met Florentijnse heersers. In de tv-serie weet zij zeven lange jaren wankel te balanceren tussen de rol van ‘Onmisbare’ en ‘Ingewijde’.
Salman Rushdie omschreef deze schone kunst van genezen, helen en verlossen in zijn roman ‘Schaamte’:
’Om in het leven te Slagen, zei hij tegen de jongen, dient men tot de Onmisbaren te behoren. En wie is er het onmisbaarst?
Welnu, degene die het Onmisbare verschaft, natuurlijk!
Ik bedoel bijvoorbeeld Goede Raad, Diagnoses en uitsluitend op recept verkrijgbare medicijnen. Word Dokter, dat is wat ik in jou gezien heb.
Aldus sprak Schoolmeester Eduardo Rodrigues tot Omar Khayyam Shakil.
Want wat is een dokter per slot van rekening? Een bevoegd gluurder, een vreemde wie we toestaan met zijn vingers en zelfs met zijn hele hand te tasten en te porren, waar we de meeste anderen nog geen vingertop zouden laten steken, en die kijkt naar wat we juist angstvallig proberen verborgen te houden; iemand die aan onze sponde zit, een buitenstaander die we toelaten bij onze intiemste momenten (geboorte, dood, enz…) anoniem en als speler van een bijrol, maar paradoxaal genoeg toch ook een centrale figuur, vooral in kritieke situaties.’ (50)

Zeker in een moderne, geseculariseerde samenleving waar menselijke eenzaamheid als een loden deken zwijgend tot ziekte dwingt, is er nood aan integere artsen-priesters. In het spiegelen van emotie- en taalarme patiënten gaat verlossende medemenselijkheid boven heersende offervaardigheid. Hoe minder cohesie onder mensen, hoe groter de nood aan behoedzaam helende sjamanen - zij die ‘weten’, de ‘onmisbaren’ die nog proberen een holistisch mensbeeld te lijmen in een gebarsten spiegel.
Wie ooit de geneeskunst wil beoefenen, leze daarom veel en volhardend mooie romans waarover de Turkse Nobelprijswinnaar Literatuur 2006, Orhan Pamuk ooit schreef: ‘Ik kan me geen Europa indenken zonder romans. Dan spreek ik over de roman als manier van denken, doorgronden en verbeelden, en ook als manier om zich in iemand anders te verplaatsen.’

Of zoals de Tsjechische schrijver van ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’, Milan Kundera, sprak over ‘het fascinerende denkbeeldige koninkrijk waarin niemand de waarheid in bezit heeft en ieder het recht heeft begrepen te worden… de wijsheid van de roman’.
Goede literatuur helpt zorgverlener en therapeut de wereld en het leven van mensen anders te bekijken, beter te begrijpen en de helende blik te verruimen. Ze maken de schoonheid van de scherven, die onvolmaakte spiegeling, lichter te dragen. Ze helpen ook een veilige afstand te houden en het geheim te bewaren.

www.janvanduppen.be

@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums - mod

Van god los…

16 / 05 / 2010

‘van god los
laat nu toch die god los
er is niemand in de kosmos
‘t is zonde van de tijd’

Stijn Meuris was even van god los in de aanloop tot de ontbinding van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hij verloor het geloof in zijn aanhang maar zag bijtijds in dat het om mensen ging: ‘En mensen staan wereldwijd bekend als de enige dieren die in staat zijn om te liegen, wat ze nu eens mogen doen uit angst en dan weer omdat ze er belang bij hebben, maar ook wel eens omdat ze bijtijds inzien dat het hun enige kans is om de waarheid te verdedigen.’ Jose Saramago, ‘De stad der zienden’ p. 48.

Angstschreeuw

Er zijn zo van die dagen, van die weken en maanden, soms zelfs jaren - dat mensen hulpeloos en ‘van god los’ lijken.
Zeker de Nederlandse medemens die existentiële angst verhult in het cellofaan van hysterische overgevoeligheid.
Op 4 mei om klokslag 8 uur ‘s avonds op de Dam te Amsterdam bij de herdenking van de doden uit Neerlands oorlogen verbrijzelde een vermeende angstschreeuw twee minuten stilte.
Na de nodige paniek, gestruikel en gewonden slaagde Majesteit er uiteindelijk zelf in om de waardigheid te herstellen en de natie tot voorbeeld te dienen.
De rampzalige aanslag van vorig jaar op Koninginnedag te Apeldoorn - vijf doden en twaalf gewonden - lichtte op in het collectieve geheugen van de angst.
Jaren na elkaar beukt de mediahysterie op de brokkelende burcht van de poldergod waarbinnen de rechtgelovige zich vroeger veilig kon wanen.

Recent leden we onder de Mexicaanse griep, HPV vaccinatie van jonge meisjes, Q koorts niet alleen meer bij geiten, de ziekte van Lyme bij driekwart van de teken in groen Nederland en zo meer.

Politieke moorden

Op 6 mei 2002 werd de politieke komeet van Pim Fortuyn gedoofd door kogels van Volkert van der Graaf.
Op 2 november 2004 werd Theo Van Gogh op de fiets vermoord door Mohammed Bouyeri.
Nederland kende zijn laatste politieke moorden in 1672, wanneer Oranjegezind gepeupel de gebroeders De Witt lynchten in Den Haag.
Toen reeds van god los wou Spinoza een zelfgeschreven plakkaat op de executieplaats hangen: ‘Ultimi Barbarorum’ - ‘Jullie zijn de ergste barbaren’. Gelukkig kon zijn huisbaas hem dat beletten, uit eigen lijfsbehoud. In 1584 werd te Delft Willem de Zwijger vermoord, vader des vaderlands en prins van Oranje. Daarvóór draagt het collectieve geheugen tot 1296 toen geliefde graaf Floris de Vijfde in het Muiderslot werd geslacht door zijn gijzelnemers.

Beschavingsvernis

Naoorlogs zelfvertrouwen hardde uit in beschavingsvernis dat nauwelijks lijkt te weerstaan aan zilte hysterische angst.

Sociale en democratische emancipatiebewegingen wisten in de XX ste eeuw opnieuw een prachtig, vrolijk en vriendelijk land te polderen. Solidariteit, gemeenschapszin, samen voor elkaar in de eigen politieke en religieuze zuilen zorgde voor zelfbewustzijn, balsem op de wonden van vernedering en jaloezie en vooral veel minder maatschappelijke, religieuze en individuele hysterie.

In de jaren ’90 meenden politieke leiders hun ideologische veren te moeten afschudden. Doorgedreven marktwerking zou leiden tot financieel heil, beter dan openbare solidariteit en ondersteuning. Zuinig beheerde overheidsdiensten, pensioenfondsen, bank-, energie-, mobiliteits- en gezondheidsvoorzieningen gingen voor de bijl op de vrije markt. Torenhoge bonussen en ontslagvergoedingen voor de manager-huurlingen pookten een zelden geziene graaicultuur op.
Maar precies daardoor verloor Neerlands Hoop het vertrouwen in steeds bangere dagen.
Nederland raakte finaal ‘van god los’. De god die hen altijd had beschermd - zuil, kerk, rijk, overheid, majesteit - bleek afwezig en zo danst menig inwoner van polderland het verdriet alleen nog met zichzelf voor de spiegel.

In die omstandigheden ruilt een verbrokkelende gemeenschap de moeizaam opgebouwde cultuur van pijn verbijten, inspanningen lijden, samen bedijken voor hysterisch pijn belijden.

Privé en publiek

Kleine kinderen stellen zich zelfs in ziekenhuizen aan als prinsen die pijn of ongemak bij onderzoek of therapie met een grote bek - ‘Dit is kindermishandeling!’ - of vluchtgedrag vermijden.

Maar ook internationaal heeft dit gevolgen.
Na Frankrijk wees Nederland in een referendum op 1 juni 2005 het verdrag af tot vaststelling van een Grondwet voor Europa.
Voorheen behoorde het koninkrijk der Nederlanden met de Benelux tot de oudste en trouwste oprichters van de Europese Unie. Nederlanders waren doordrongen van de noodzaak en hun veilige welvarende toekomst in de EU. Ze herinnerden zich maar al te goed de gevolgen van de vele Europese oorlogen, niet in het minst die van de XX ste eeuw.

De politieke top - minister-president Jan Peter Balkenende voorop - sloeg de schrik om het hart. Het decennialange Europese discours bleek plots van een ondraaglijke lichtheid. Hun politieke invloed binnen de EU evenzeer.
De massale afwijzing van de Europese Grondwet was vooral een plebisciet tegen de zittende centrum rechtse regering, net zoals in Frankrijk. Echter, het politieke en economische gewicht van Nederland verschilt enigszins van Frankrijk.

Brussel, schuld van alles

In de onmogelijkheid dit te erkennen ging de Nederlandse politiek helemaal de populistische toer op. Wat lijkt makkelijker dan alle schuld op Brussel, de Euro en de Unie te laden: een zelden geziene vorm van infantiele regressie en navelstaarderij bij de polderbestuurders.
Sindsdien heeft zich een ramp voltrokken in de polderlandse geesten.
De zo mooie gulden werd voorzeker aan een te lage koers geruild voor de Euro. De prijzen leken wel een euro voor een gulden.
Piek, stuiver, knaak, dubbeltje, joetje, geeltje, meier, snip – bijnamen uit het guldentijdperk werden geruild voor de ‘pleuro’.

Het ministerie van Financiën wilde bij de invoering van de tastbare euro graag eurokoosnamen. De jury bekroonde enkel de ‘realistische inzendingen’: 5 eurocent werd Handje, 10 eurocent Deuppie en 20 cent Dubbeldeuppie. 50 cent werd Halfom. 1 euro werd Gouwering en de daalder werd een stuk van 2 waarin Majesteit zelve ‘God zij met ons’ liet graveren als randschrift. Het 5 euro-biljet zou kleb, (KLeinste Euro Biljet) gaan heten. 10 euro werd Joet, 20 Blauwtje, 50 Brammetje, de groene 100 Hulk, 200 Dubbeldekker en 500 euro zou Eurotop gaan heten. Let wel, dit was niet als ambtenarengrap bedoeld!

Sindsdien is het bon ton bij de Hollandse BCBG, makelaars in opinies, journalisten en politici om zich een Hup Holland houding aan te meten door anti-Europese en anti-euro sentimenten te ventileren. De meeste gerenommeerde economen en banktoezichthouders boven de Moerdijk oreren reeds jaren over het einde van de Euro maar vergaten wel te waarschuwen voor het ABN AMRO Fortis debacle, laat staan dat ze tijdig de IJslandse piste veroordeelden waar menig bestuursorgaan fortuinen aan overheidsfondsen verkwanselde. Om van het spaargeld van gretige burgers nog maar te zwijgen.

Trots op Europa

Jan Peter Balkenende heeft zich steeds laten voorstaan op de beste leerling van de Amerikaanse klas binnen de Europese Unie.
Hij moest en zou George Bush jr. volgen, welk slagveld deze ook betreden wou. Barack Obama ziet hem niet eens meer staan.
Hij moest en zou het volgens hem gelijkgestemde Frankrijk steunen in anti-Europese sentimenten. Maar Sarkozy zit niet verlegen om desiderata uit het Torentje op het Haagse Binnenhof.
Erger nog, de Duitse christen-democratische geestesgenote Angela Merkel krijgt migraine van de politieke pirouettes van de polderbonzen.

Daarbovenop kreeg hij deze week in de vaderlandse pers nog een open brief van de voorzitter van de Europese Raad aangeboden. President Van Rompuy, die hem voor was in de zo begeerde ontsnappingsroute uit de vaderlandse politieke ellende, liet Nederland weten dat:
‘De successen uit het verleden zijn niet voldoende om een gemeenschappelijke toekomst op te bouwen. Elke generatie moet er opnieuw van worden overtuigd dat wij de Unie nodig hebben. Waarom blijven onze 27 landen samenwerken? Omdat de 27 regeringen beseffen dat zij in de huidige gemondialiseerde wereld de welvaart en veiligheid van hun burgers niet langer alleen kunnen garanderen. Daarom willen alle 27 regeringen, ook al zijn ze het niet over alles eens, liever bij de Europese club horen dan op hun eentje buiten in de kou staan. Maar waarom hebben zij u dan nodig bij deze onderneming? Omdat geen enkele regering het kan stellen zonder de steun van het volk. Laat ik het daarom hebben over wat u eraan heeft en wat Europa van u wil. (…) Inderdaad heeft ‘Europa’, zoals onze Brusselse brochures vertellen, een ruimte van vrijheid en kansen geopend. Maar laten we eerlijk zijn. Stel u open voor zegeningen van Europa. (…) Wij verlangen geen gejuich of gezwaai met de Europese vlag, wij vragen u niet om vredeskoren aan te heffen. Wij vragen alleen uw aandacht. Wij willen dat u voor ogen houdt dat, wanneer wij een akkoord sluiten of de zoveelste crisis oplossen, het dikwijls gaat om meer dan alleen dat akkoord, om meer dan alleen die crisis. Op zulke cruciale momenten staat het lot van Europa zelf op het spel. Samen verdedigen wij een kostbaar goed. (…) Laat mij u eraan herinneren waar het om gaat. De Europeanen hebben een bevoorrechte plaats op de wereld. Onze landen worden benijd om hun politieke stabiliteit, om hun welvaart en hun sociale stelsels, om de kwaliteit van het Europese leven. U, de half miljard vrouwen en mannen dat in de Europese Unie leeft, behoort tot de best geschoolde en opgeleide mensen ter wereld. Wij zijn de grootste handelsmacht ter wereld. Dat zijn zaken om trots op te zijn. Ze bewijzen ons unieke vermogen – we hebben het nog steeds – om met onze tijd mee te gaan en tegelijk onze verworvenheden te behouden.’

Spijtig genoeg lijkt de presidentiële raadgever en tekstschrijver, Luuk van Middelaar, ‘geen Sant in eigen land’.
Als geen ander heeft deze Nederlandse politiek filosoof de Europese ontstaans- en besluitvormingsprocessen ontleed in ‘De passage naar de EU’, een handboek voor echte politieke leiders van vandaag en morgen, ook in Nederland.

Kapersbrieven

Jan, Piet, Joris en Corneel willen graag opnieuw ter kap’ren varen, laten hun baarden groeien en azen op een kapersbrief.
Maandag 10 mei kreeg de president van ‘De Nederlandsche Bank’ Nout Wellink met PvdA financiën minister Wouter Bos - intussen zelfverklaard huisman en kinderoppas - de zwarte piet van de parlementaire onderzoekscommissie-De Wit voor de rampzalige verkoop van ABN Amro in 2007 en het drama met internetspaarbank Icesave in 2008:
‘De ondergang van Icesave illustreert volgens de commissie ‘op schokkende wijze’ de problemen in het toezicht op het financiële stelsel. DNB was immers in een vroeg stadium, begin 2008, op de hoogte van de financiële risico’s die IJsland nam. Juridisch kon de centrale bank Nederlandse spaarders niet waarschuwen, vanwege de gevolgen voor de hele IJslandse financiële sector. DNB had wel de introductie van Icesave wel kunnen vertragen of blokkeren door aanvullende voorwaarden te stellen rond de deelname van de bank aan het depositogarantiestelsel. Door dat stelsel draaiden Nederlandse banken voor de kosten van het faillissement van Icesave.’

‘ s Anderendaags oreert Nout Wellink in de Nederlandse pers dat het Europese reddingsplan ter waarde van 750 miljard euro voor de eurozone onvoldoende is om de euro structureel te redden. Het gejammer houdt maar niet op over de politiek die in de eurozone de overhand haalt op bankiers en vrije markt, over het verlies aan soevereiniteit van de lidstaten omdat hun begrotingen nauwkeuriger nagevlooid zullen worden. Opiniemakers bouwen hem na over waardeverlies van de euro, inflatiedreiging en uitgifte door de Europese Bank van waardepapier alsof dat niet de gebruikelijke economische trukendoos is om de economie aan te zwengelen en de eigen export op te vijzelen.
Van god los…

Een heel klein beetje oorlog?

Ooit zong Stijn Meuris:

Zou een heel klein beetje oorlog
Soms niet beter kunnen zijn
Dan die luid gesproken woorden
En die nachten van de pijn
Zou een heel klein beetje oorlog
Soms niet beter kunnen zijn
Dan onuitgevoerde moorden
En die lachjes van venijn
Zou het niet
Zou het niet
Want dit verdriet
Gaat veel te diep
Een kort gevecht
Het hoeft echt niet lang te duren
Een korte stoot
En dan weer verder…

Zeventig jaar geleden op 14 mei werd Rotterdam van 13.26 tot 13.41 uur gebombardeerd door de Duitse Luchtmacht: 24.000 woningen in de as, 32 kerken en 2 synagogen verwoest, bijna 1000 doden, een veelvoud gewond, 80.000 mensen dakloos.
‘ s Anderendaags verloor capitulerend Nederland zijn soevereiniteit aan de Duitse oorlogsmachine.
Stadsdichter Jana Beranová schreef hierover pijnlijke woorden.
14 mei 1940

Ze verbrandden steden als grofvuil.
Hun handen hingen schuil achter helse
machines. Rouwnagels zonder rouw.
Geen graven. Alleen raven als roet.
En rook voor de zon.

Pijn verdicht tot een stille schreeuw
blijft voorgoed in ons haken.
Ik ken die schreeuw. Wie zijn

verleden niet kent,
begrijpt de toekomst niet.

Glimlachend ademt de stad.
Bij het slaande hart waar ooit een gat was,
bij deze smekende armen, zweren we nu.

De woorden zijn gloeiende
gloeiende kooltjes in ons oog:
nooit meer haat

www.janvanduppen.be

@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums - mod

Litanie van de hubris, de grootste zonde

02 / 05 / 2010

Hij leed aan de hubris en dat is zijn ondergang geworden’, verklaarde vorige zondag een wijze ouderling voor de Salvatorskathedraal van de titulaire bisschop van Brugge.
Toen ik hem als chauffeur ophaalde, en Roger nog eens feliciteerde met zijn benoeming, antwoordde hij: Van nu af aan is het monseigneur, nietwaar’, aldus de woordvoerder van de vorige bisschop, latere hoofdredacteur van het parochieblad, Kerk & Leven.

Hubris is de grootste zonde en de gevaarlijkste.
Het is de zonde van de godgelijkheid, van hoogmoed en overmoed.
Hubris verdrijft de menselijkheid en leidt tot verblindende eenzaamheid.
Het is de zonde van het zieke gemoed.

Metamorfose

In het fenomenale Marmorbad bij de Landgraf Karls Orangerie in het Barokke Park aan de Karlsaue te Kassel, Duitsland, beeldhouwde Pierre Etienne Monnot van 1722 tot 1728 acht taferelen uit de ‘Metamorfosen’ van Ovidius in opaal marmer. De Romeinse dichter Publius Ovidius Naso stelt hier de flexibililteit van de menselijke geest door passie en intense emotie tegenover de statische onmacht van de goden.
Wat hem op een terminale ballingschap in Tomis - vandaag Constanta aan de Roemeense Zwarte Zeekust - te staan kwam, wegens zijn oude drinkebroer Octavianus niet bepaald gelukkig. Hij had zichzelf immers net tot Goddelijke Augustus uitgeroepen. Zo’n blasfemie kon daarom niet ongestraft blijven.
In schitterende half verheven beeldhouwwerken lichten naargelang de stand van de zon op de ramen van het Marmorbad de aangezichten van de metamorfoserende hoofdfiguren op. Tegenover en naast deze intieme en intense oden aan de wervelende menselijke geest plaatste Monnot een reeks beelden van goden, die met geloken ogen onbewogen neerkijken op het leed van de stervelingen in dit ondermaanse.
Deze goden had hij reeds in Rome gebeiteld en kon hij in één moeite succesvol slijten aan de Hessische Landgraaf.

Goden zonder mededogen

Hubris is de grootste zonde van heersers, hoogwaardigheidsbekleders, leidinggevenden en politici die zich verliezen in hun godgelijke zelfbeeld met geloken ogen zonder mededogen. Uiteindelijk verstijven ze in het harnas tegen de pijn van het zijn. Een glimp van passie herkennen ze enkel nog in noodseks, drank, drugs en hun ‘deuxième bureau’ al dan niet in de residentie of hoofdstad.
Naargelang het tijdsgewricht en de appreciatie van hun woorden en werken eindigen ze opgeknoopt, onthoofd, gefusilleerd, plegen ze zelfmoord, verdwijnen ze in een klooster of eindigen ze reeds bij het leven gemummificeerd.

Dat hangt af van de cultuur van hun respectievelijke onderdanen, kiezers dan wel gelovigen.
Autoritaire boerenculturen met een grote kloof tussen arm en rijk maken vaak op gruwelijke wijze komaf met falende goden. Rusland was daarvan een stichtend voorbeeld onder de tsaren en de sovjets.
In China daarentegen werden gevallen (rode) mandarijnen doorgaans verbannen naar afgelegen oorden waar ze zich aan de rand van vijvers met goudwindes kalligrafisch konden bezinnen over het wentelende wiel van de geschiedenis, de natuur en het kronkelende pad van hun eigen leven. Ze hielden zich ver van de officiële residenties maar konden bij een wissel van het regime weer uit de luwte oprijzen.

Prelaten en priesters

Hubris is de grootste zonde van prelaten en priesters die zich zien als gezalfden. Door het afleggen van de geloften van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid bekennen ze zich tot een superieure kaste en kunnen bijgevolg niet verplicht worden om schadevergoedingen te betalen aan mensen die lijden onder hun misbruik (sic).
Al geeft de Roomse bisschop van Rotterdam, de Salesiaan Ad Van Luyn, nu toch pastoors die kinderen misbruikt hebben aan bij het gerecht.
Zijn navolging zij geprezen.
Hubris is de grootste zonde van prelaten en kerkvorsten, van priesters en paters, van broeders en zusters en iedereen die gegeven of verworven macht misbruikt, zeker in een autoritaire hiërarchie als die van de Rooms Katholieke Kerk.
De golf aan getuigenissen over seksueel misbruik is niet exclusief eigen aan een hedendaagse kerk in een veranderende maatschappij waar vrouwen en kinderen mondiger werden en het geestelijke gezag in vraag werd gesteld.

De triomfalistische katholieke kerk van vóór de jaren zestig kende nog meer en schrijnender voorbeelden van (seksueel) machtsmisbruik. Niet alleen in Ierland, maar overal waar een hiërarchie van elders de controle van en door een gemeenschap van leden, gelovigen, bewoners overrulede.
Ook bij protestantse geloofsgemeenschappen, in boeddhistische kloosters, Thora en Talmoed scholen en islamitische madrassas heerst vaak terreur van machtsmisbruik, ook seksueel. Maar dan onder het toeziende oog van de eigen gemeenschap. Pottenkijkers krijgen geen toegang en zolang het wereldbeeld beperkt kan blijven tot de muren van geloofs- of gemeenschapsgenoten, heerst de omerta.
Hierover heeft Philippe Claudel een beklijvende roman geschreven: ‘Het verslag van Brodeck’.

Compensatie en sublimatie

Hubris is de grootste zonde voor wie vrijwillig belooft af te zien van (seksueel) genot voor het hogere doel. Wie hunkert naar compensatie en sublimatie dreigt vaak te verzeilen in gretigheid om de andere in zielenood te helpen. Wanneer eigen aardse talenten en verlangens werden geofferd voor neurotische herhaling van lust, verwordt
‘geestelijke’ hulpverlening tot machtsverslaving aan begeleidende pijn.
Hubris is de grootste zonde voor psychotherapeuten en hulpverleners die zich verlustigen in de spiegelende pupil van hun cliënt.
Hubris is de leraar of ouder die respect eist van een kind dat hij tot eerlijkheid dwingt bij ontbreken van gezag gebouwd op vertrouwen.
Hubris is de zonde van maakbaarheidsideologen die wreedheid cultiveren wegens de hen meegedeelde Wil van de Ene en de Ware.
Hubris is de aartsbisschop die de put van de vergeten gruwelen opent voor zijn voorganger en er zelf overheen valt.
Hubris is de prelaat of de imam die menselijke wetten overtreedt om dienstbaar te zijn aan de wil van hun grotere God.
Hubris is de grootste zonde van broeders en zusters die de kinderen van een mindere god publiek met de mond tuchtigen en in beslotenheid bevingeren.
Hubris is de rechter die de wetten interpreteert naar haar eigen schimmige belangen.
Hubris is in publieke belangen het persoonlijke prefereren boven de gemeenschap, maar ook collectieve druk laten primeren boven individueel falen.
Hubris is de zonde voor wie zich vastklampt aan mechanische wijsheden van bouwvakkersmythologieën uit angst voor het dynamische onzekerheidsprincipe van de werkelijkheid.
Hubris is steevast kiezen voor het licht boven de duisternis, voor verblindende zekerheid boven verwarrende twijfel, vooral aan jezelf.
Hubris verblindt de columnist tussen collectieve woede en individueel leed, oordeelt zonder mededogen over wie veroordeelt onder pijn.

En wie betaalt het gelag? De priester, die als een spons wordt gedwongen het leed op te zuigen dat door iedereen wordt afgescheiden, het verdriet, de wanhoop, het onbegrip en het gehuil; en hij moet ermee verder leven, iedere avond, nacht na nacht…Af en toe, als ik aan het eind van de middag na een lange dag naar huis ga, voel ik me loodzwaar. De mensen hebben me tot m’n oren volgegoten met leed en verdriet. Zij zijn geledigd, opgeruimd vertrekken ze en ik trek mijn habijt aan - daar ben ik voor!’ Philippe Claudel, Alles waar ik spijt van heb. (131)

Het zwijgen der tragedie

Hubris is de grootste zonde voor wie populisme koestert als een verstikkende mantel voor de eigen ijdele onmacht: ‘In de Wetstraat staan wij enkel voor de wensen van de mensen uit de Dorpstraat!’ Infantiliseren van de kiezer is het ’sarcasme’ vanwege partijleiders – het vlees wordt vernietigend, afstandelijk en arrogant losgescheurd van de beenderen. Cynische burgers ontberen de logica van het geweld en ontwijken de val van de waanzin. Zij laten zich niet opjutten door nationalisme en verfijnde wij-zij-logica. Zij kiezen voor het minste leed, voor menselijkheid bij het samenleven in de stad en de wereld. Niets is immers wat het lijkt, zwart en wit herkennen zij als grijswaarden!

Of zoals Stefan Hertmans in ‘Het zwijgen van de tragedie’ omschreef: ‘Tragedies zijn onmogelijk geworden omdat wij niet sacraal, maar ironisch redeneren: we kunnen relativeren, we beschouwen een tragisch voorval als een ontwikkeling waaraan mensen zelf schuldig zijn, niet als een hogere fataliteit. We redeneren horizontaal en causalistisch, niet verticaal en sacraal. We geloven heilig in de relativering van waarheid. Dat is onze anti-sacrale sacraliteit.’ (277)

Hubris is de grootste zonde van Amnesty International dat een verbod op boerka of nikab in de publiek ruimte een aanslag vindt op godsdienstvrijheid.
Hubris is grenzeloos politiek correct denken als zelfverklaarde herders van andermans geweten en de publieke moraal.
Hubris is de minister of president die zijn geloof hoger acht dan de beloftes van vrede waarop hij verkozen werd.
Hubris is een koningin die zich laat fêteren door wie ze minacht, een kroonprins die zich boven constitutionele regels verheven acht, een koning die zijn kinderen niet erkent, een vader die zijn zonen ment, een moeder die haar dochters vent.
Hubris is een god die geen andere goden laat vereren.

Parels van spijt en pijn

Als schelpdieren zich onder water verwonden, dan maken ze prachtige parels om de wond heen, om die te helen en de pijn te verzachten, vlammende parels, ware schatten die een herinnering in zich dragen, de herinnering aan een wond… Als wij mensen ons pijn doen, of iemand anders pijn doen, dan zijn onze parels de dingen waar we spijt van hebben, wij fabriceren schitterende spijt, en in de loop van je leven worden alle dingen waar je spijt van hebt, of je nu prins, schoenmaker of senator bent, opgeschreven in een groot boek, een geweldig mooi boek met heel veel goud en verluchtingen. Het boek der schulden heet het, ze worden erin opgeschreven en opgeteld, en iedere keer als er iets bij wordt geschreven waar je spijt van hebt, dan ga je huilen en voel je zelf medelijden, maar het geeft je ook de kracht om door te gaan tot een volgende keer, en zo verloopt het leven. (….) Je gaat dood omdat je nergens meer spijt van kunt hebben…’ (173) Philippe Claudel, ‘Alles waar ik spijt van heb’.

Hubris is de grootste zonde van het Afrikaanse staatshoofd dat zich gedraagt als een stamhoofd.
Hubris is de grootste zonde van de partijleider die zijn kiezers publiek verleidt en privé misprijst om hun bigotterie.
Hubris is de grootste zonde van de politicus die beweert met schone handen de macht te mennen met gortdroge cijfers en argumenten over goed werk voor de mensen.
Hubris is de zuivere van hart en geest die als godgelijke politiek bedrijft zonder het passionele spel van liegen en bedriegen, van emoties en veinzen terwijl hij de ware macht bedient in de coulissen.
Hubris is de leider die het halfrond definitief verlaat om thuis te zijn voor vrouw en kinderen.
Hubris is de leider die sarcastisch zijn vader gehoorzaamt om nu eindelijk eens een eerbiedwaardig beroep uit te oefenen met werkzekerheid, zoals dat van gouverneur in de provincie.
Hubris is de leidinggevende die gelooft dat zijn machtsdeelname geen spel maar bittere werkelijkheid is en daarom ook thuis en privé zijn publieke rol blijft verder spelen.
Hubris is de illusie van eenheid tussen de publieke figuur en de inhoud van zijn boodschap als leider.
Hubris is de arts die gedijt bij het helen van de angst die hij verspreidt.
Hubris is meedogenloos in plaats van menselijk mededogen.
Hubris is zekerheid in plaats van twijfel.

www.janvanduppen.be

@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums - mod

Gidsland of gistland?

18 / 04 / 2010

Als Verlichte Republiek en later als Burgerlijk Koninkrijk heeft Nederland zich steeds een radicaal verlicht en tolerant gidsland gevonden, een spiegel voor de stad en de wereld - Urbi et Orbi. Sinds de val van Antwerpen in 1585 bekenden ze zich ‘Liever Turks dan Paaps’ maar de politieke, morele en pecuniaire steun van paus Innocentius XI - Benedetto Odescalchi - werd in dank aanvaard om hun stadhouder Willem III tot koning van Engeland te kronen tijdens de Glorious Revolution tegen de katholieke monarch Jacob II.
De paus hoopte zo de natte dromen van de al even katholieke Zonnekoning te ontnuchteren. Geld heeft geen geur, en dat wist de bankierszoon op de Heilig Stoel al van huis uit. Zeker toen hij de Joodse geldwisselaars uit de tempel verjoeg en hen verbood nog langer regionaal en internationaal te bankieren ten voordele van de Odescalchi-filialen.

In die tijd bestond de Nederlandse Republiek der Zeven Provinciën het om met 2,5 miljoen polderaars gedurende een lange Gouden Eeuw de toon te zetten over de hele aardkloot. In de periode dat de Chinese Mingdynastie - zonen van de Hemel in het Rijk van Midden van de wereld - het hoofd moest buigen voor de Mantsjoes (Toengoezisch-Turkse nomaden) voer maar liefst 80% van alle schepen over de wereldzeeën onder de vlag van de republiek: oranje-blagne-bleu. De Chinese machthebbers bestuderen vandaag nog hoe zoiets mogelijk was. Tot eigen lering en verheffing.

Gistland

Intussen is Nederland geëvolueerd tot een gistland. Waar onder minister president Kok (PvdA) - amper een decennium geleden - de migratie- en asielstroom door Ella Vogelaar als de task force manager voor inburgering nog werd vergeleken met de aanzet tot een nieuwe Gouden Eeuw, bleek de realiteit ietwat anders ervaren door de borrelende en gistende onderbuik van Polderland. Mevrouw Vogelaar vergeleek in 2000 nog de instroom van nooddruftige asiel-, geluk- en werkzoekers met de enorme toestroom van Zuid-Nederlanders na de val van Antwerpen.
In de ‘Spaanse Brabander’ van Bredero spraken de Amsterdamse hoeren reeds plat Brabants, de taal van de toenmalige patsers. Maar die patsers en hun discretere collega-asielzoekers lagen aan de basis van de financiële, economische, wetenschappelijke en militaire ontwikkelingen in de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Vogelaar vergat er wel bij te vertellen dat die Zuid-Nederlanders bij hun vlucht naar het noorden fortuinen aan geld en kennis meebrachten alsmede een rancuneuze wrok tegen de ‘Koning van Hispanien, de tiran die het hart doorwondde’. ( Wilhelmus )

‘Land van Aankomst’

Paul Scheffer merkte in zijn standaardwerk ‘Land van Aankomst’ op dat Nederland na de Tweede Wereldoorlog snel een emigratieland werd. Velen trokken naar Canada, Australië, Nieuw Zeeland en zelfs de VS. En niet alleen als oorlogsbruiden. Kort daarop probeerden de tanende industriële sectoren ook in Nederland de wetten van de vrije markt te omzeilen door de import van goedkope arbeidskrachten uit Turkije en de Maghreb. De overheid steunde deze sectoren in een poging om hun industriële activiteiten aan te houden met ronselpraktijken en subsidiëring.

Intussen zijn we een halve eeuw verder en is Nederland weer goed op weg om van gistland weer gidsland te worden. Zij het tegen wil en dank, op het Haagse Binnenhof en bij het politieke establishment. Dat gidsen reikt vandaag zelfs tot het gisten in Brussel, de Brabantse hoofdstad sinds de tijd dat de Leuvense patriciërs een halve gare tot graaf hadden aangesteld om Jan Primus van de troon te houden.

Stadsmariniers

Rotterdamse stadsmariniers worden nu in Belgische kranten aan het woord gelaten over hoe ze in de moeilijkste wijken drastisch orde op zaken proberen te stellen. Om de klank van die titel te proeven moet je weten dat in Nederland het ‘korps mariniers’ of de ‘Jantjes’ een elite-eenheid van het leger is voor snelle interventies te land, ter zee en in de lucht. In Rotterdam hebben ‘mariniers’ als hoge task force ambtenaren grote bevoegdheden om een drastische crisisaanpak te forceren. Zij rapporteren rechtstreeks aan het college en de burgemeester en passeren zo de deelgemeente-besturen. Een beetje te vergelijken met het stationeren van oudere en wijze paracommando officieren in Kuregem, Sint Gillis of Molenbeek die rechtsreeks vallen onder de Brusselse regering.

‘Stadsmariniers worden benoemd onder het motto ‘de beste mensen in de slechtste wijken. Het zijn in feite breekijzers, smeerolie en trekkers tegelijk.‘ In het kort, een stadsmarinier:
- is resultaatgericht;
- stuurt, zonder in de uitvoering te duiken;
- is analytisch sterk en snapt hoe betrokken instanties werken;
- weet bij problemen de vinger op de zere plek te leggen;
- duidt problemen met een goed gevoel voor verhoudingen en posities; - moet anderen successen laten boeken;
- laat betrokken partijen hun werk doen; - is communicatief bedreven en kan op alle niveaus uit de voeten;
- houdt vast aan de kaders;
- is op het proces gericht en niet op de inhoud (geen nieuw beleid). ‘

Aldus de toelichting van het gemeentebestuur van Rotterdam.

Stadspompiers

In Rotterdam-Spangen slaagden stadsmariniers erin om de kern van criminelen te spotten, te identificeren en dan structureel en politioneel te blijven vervolgen. De heren vinden het al snel te link voor hun zaakjes en probeerden te verkassen of worden in de kraag gevat en opgesloten. Tegelijk werd het water rond deze zelfverklaarde revolutionaire of jihadistische vissen weggepompt door de hangjongeren uit hun hofhouding in de nek te zitten en hun uitkeringen in te houden. Alle instanties moesten daarvoor samenwerken: de belastingen, de sociale diensten, de politie, de drugshulpverlening.

Huisjesmelkers werden verdreven en jonge meelopers konden kiezen tussen gevangenisstraffen of school, stages en een baan elders. Intensief en duur werk, maar het slaat aan. Alvast in de wijk Spangen waar op 10 jaar tijd het veiligheidsgevoel van 2,2 naar 7 op 10 verhoogde. In Spangen kregen enkele jaren lang tweeverdieners zelfs gratis een ruim pand in eigendom als ze het renoveerden en er zelf bleven wonen.

Poldergist

Maar Nederland is nog lang geen gidsland, wegens nog veel gasvormend gist in de broeierige polderbuik. Zo heeft het decennia geduurd eer er vragen gesteld werden naar de kosten en baten van de immigratiepolitiek die het Nederlandse bedrijfsleven al die tijd gevoerd heeft en nog graag voert. Vorige week heeft Jan van de Beek met zijn promotie in de sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam - ‘Kennis, Macht en Moraal. De productie van wetenschappelijke kennis over de economische effecten van migratie naar Nederland, 1960-2005’ - een antwoord gezocht op de vele vragen rond dit niet alleen in Nederland zeer gevoelig onderwerp.

Toen de PVV van Geert Wilders in de zomer van 2009 Kamervragen stelde over de kosten en baten van immigratie struikelden de politieke coryfeeën van het Haagse Binnenhof nog over elkaar van verontwaardiging om zoveel onbeschoft racisme. Van de Beek ontdekte dat de werkgeverskabinetten in de jaren zestig bijzonder weinig behoefte hadden aan economisch onderzoek naar gastarbeid. De werving van gastarbeiders in de jaren zestig, was volgens Van de Beek vanuit economisch oogpunt een fiasco: ‘De bedoeling was de lonen laag te houden, maar we hadden ze beter kunnen laten stijgen. Omschakeling van de industrie naar kapitaalsintensieve productie was onvermijdelijk om internationaal bij te blijven. Die omslag hadden we veel beter kunnen maken in de jaren zestig, want toen beleefden we een hoogconjunctuur. Uiteindelijk zijn we toch gedwongen om te herstructureren en de nieuwkomers van de jaren zestig werden in de jaren zeventig en tachtig massaal ontslagen. Die moesten toen een beroep doen op de sociale zekerheid.

Onder druk van de linkse emancipatiebeweging maakte het Centraal Plan Bureau in 1972 toch een summiere aanzet tot kosten-batenanalyse maar het kabinet Den Uyl rekende meer op ontwikkelingssamenwerking voor de remigratie van gastarbeiders. Uit angst om extreem rechts naar de xenofobe mond te praten werd economisch onderzoek over deze problematiek afgevoerd. Er was een zelfopgelegd taboe op ‘etnische data’ en dus ontbraken de benodigde statistische gegevens. Het duurde tot de crisis in de verzorgingsstaat van de jaren tachtig eer dan toch wat kosten-batenanalyses uitgevoerd werden.

Economische gevolgen van gastarbeid

Zo bleek het beleid van de jaren zestig om arbeidskrachten te werven buiten Europa de modernisering van de Nederlandse industrie nodeloos vertraagd te hebben. De herstructurering van de jaren tachtig maakte van veel immigranten uitkeringstrekkers. En de Nederlandse verzorgingsstaat trekt nog steeds vooral nieuwkomers die de economie meer kosten dan zij eraan bijdragen. Bij de verdediging van zijn dissertatie Kennis, Macht en Moraal stelde Jan van de Beek: ‘Moraal slaat op de Nederlandse politieke correctheid. Ik spreek van moral reading, het verschijnsel dat kennis niet wordt beoordeeld op waarheid of onwaarheid, maar op sociale, politieke en morele gevolgen. In de jaren tachtig en negentig was men in Nederland vooral bang voor de opkomst van extreem-rechts. In 1983 kreeg de Centrumpartij (CP) van Hans Janmaat bij de gemeenteraadsverkiezingen in Almere 9 procent van de stemmen. Dat ging als een schok door Nederland. De Tweede Wereldoorlog was nog steeds een moreel ijkpunt. Om de CP niet in de kaart spelen, mochten we niet weten wat de immigratie kostte. Zo ontstond een hiaat in de kennis. In Nederland legt de overheid fiscaal toe op laaggeschoolden. Die dragen gedurende hun leven gemiddeld minder bij aan belastingen en premies dan zij ontvangen aan gesubsidieerde gezondheidszorg, scholing, uitkeringen en AOW. Het heeft voor Nederland dus weinig zin om laaggeschoolde immigranten aan te trekken.’

Kneusjes voor Nederland

In 2001 werd een rapport voorgesteld over Nederland als immigratiesamenleving. De econoom Harry van Dalen was gevraagd naar het economisch effect van de immigratie. ‘Hij wilde daarin een fundamenteel probleem aansnijden, namelijk het spanningsveld tussen immigratie en verzorgingsstaat, maar dat stuitte op weerstand in de projectgroep. De andere leden vreesden dat migranten door een dergelijke analyse de schuld zouden krijgen van de hervormingen van de verzorgingsstaat’, aldus Van den Beek. ‘Een verzorgingsstaat kent een vlakke inkomensverdeling. Het is voor een IT-specialist uit India dus niet aantrekkelijk om naar Nederland te komen, want de beloning voor hoogopgeleiden is hier relatief laag. Hij gaat liever naar de Verenigde Staten. Nederland trekt laaggeschoolden. Canada en Australië trekken hooggeschoolden. Die landen werven veel actiever onder die groep dan wij en hebben een selectief toelatingsbeleid. Zij stellen het nationale belang voorop. Dat is in het belang van het gastland én van de immigranten, want die zijn welkom en doen het goed.’

Intussen heeft een onderzoeksbureau voor de Partij Voor de Vrijheid van Geert Wilders - die met de gemeenteraadsverkiezingen reeds hoog scoorde en met het oog op de parlementsverkiezingen van 9 juni het Haagse establishment ernstig enerveert - uitgezocht dat de immigratie aan de Nederlandse samenleving 8,5 miljard Euro per jaar kost voor ongeveer 1,8 miljoen niet-westerse allochtonen. Het weekblad Elsevier heeft in augustus 2009 reeds een kostenberekening opgesteld die voor de niet-westerse immigratie vanaf 1980 tot 2009 een negatief saldo van 216,4 miljard euro opleverde. Voor België zijn in deze geen cijfers bekend. Is Nederland in deze dan toch weer gidsland voor de wat tragere zuidelijke provincies?

www.janvanduppen.be

@Allen: uw mening is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums - mod

Verlangen is de essentie van de mens

04 / 04 / 2010

Het begon met een scheur die gestaag groter werd. Stormwind kromde de randen verder tot vlezige lippen.
De wonde liet ruimte voor woorden, maar zijn mond bleef stom.
Wie over zijn weg liep volgde hij met zijn zachte ogen van aan de blinde gevel op de straathoek, van onder zijn zwarte wenkbrauwen langs een grote neus boven een witte bef.
De scheur bleek het resultaat van een scherp voorwerp dat hoog tegen het enorme canvas was gegooid. Zijn blik en zijn minzame glimlach – ‘hier hang ik en ik kan niet anders’ – bleek voor sommigen nog te provocatief ook al was zijn devies bij het leven ‘Caute! Wees behoedzaam’.

De Vidioot

Baroeg mag dan wel de naam zijn van de muzikale jeugdhonk in zijn park aan de overzijde, in de loop der jaren werd zijn twintig vierkante meter tegenwoordigheid als te opvallend, misschien wel te provocerend ervaren door steeds meer nieuwe bewoners van de naoorlogs wijk.
De enorme muurcanvas aan de Spinozaweg met het gescheurde portret van zijn naamgever werd enkele weken na de scheur afgevoerd en niet meer teruggeplaatst.
Nadien restte alleen nog een canvas van de Vidioot aan de ommezijde: huurkoop van al dan niet legale dvd’s. Ook de Vidioot is intussen verdwenen.
De teneur was hiermee gezet.

De nieuwe volksopvoeding

Na de oorlog vulde de deelgemeente Ijsselmonde in de traditie van de grote sociaal-democratische pedagogie de zuidelijke parksteden aan met luchtige moderne flats langs straten met educatieve namen.
Volksontwikkeling was een groot goed in de emancipatie van de lagere sociale klassen. Die werden toen nog allesbehalve als ‘sociaal zwakkeren’ bestempeld. Integendeel, in Rotterdam kleurde de stad rood en was omzeggens alle grond eigendom van de gemeenschap.

Dus verhuisden de havenarbeiders en fabrieksbedienden naar de Diogenes-, Zeno- of Socratesstraat, als ze al niet langs de Aristotelesstraat naar hun werk fietsten. Aan de andere kant van de Spinozaweg was het iets moeilijker. Plautus lag er geklemd tussen de Terentius- en Menanderstaat. Daar kon je over de Sophoclesstraat langs de Cicero-, Tacitus- en Liviusstraat in het doodlopend Solonpad vastrijden. Voorbij de Vergiliusstraat, langs Horatius en Ovidius kom je via de Homerusstraat in de Dantewijk. Het is ook vandaag prachtig fietsen langs wiegende zeeën van voorjaarsbloemen over zachtlopend fluisterasfalt.

Petrarca passeer je voor Pirandello en via de Catullusweg kruis je de Pascalweg naar de Guido Gezelleweg. Wanneer je door de buurt van de Franse dramaturgen rijdt krijg je enig besef van La Fontaine, Racine en Corneille en de lengte van de Molièreweg. Door de Rousseaustraat kom je aan de Zolaweg. Aan het einde draai je op de Prosper Van Langendonckstraat – beroemd Vlaams (!) dichter - rond de Jan Meertens-verzorgingsflat.
Wie bij de Elsschotstraat opnieuw de Spinozaweg kruist naar het noorden weet zich in een dure villawijk: de Karl Marx buurt. De bungalows en naar Rotterdamse maat ruim bemeten panden in prachtig groen zitten geprangd tussen de Immanuel Kantstraat, de Fichte- en Nietzschestraat. Op de hoek van de Schopenhauer- en de Stuart Millstraat werd een ‘arte povera’ - dokterswoning uit Rotterdamse kinderkopjes knap gerenoveerd.
‘Toch prachtig, dokter, al die mooie schrijversnamen in ons mooie Ijsselmonde. Dat heeft toch nog allure, niet?’ aldus een patiënte die een jaartje later verhuisde naar Brabant want ‘er kwamen toch veel te veel hele andere mensen wonen, zelfs in ons zo mooie Ijsselmonde’.

Facebook van Neanderthalers

De Baroeg jeugdmuziekhonk staat intussen stijf van de graffiti. Menige brug en blinde muur schimmelt in de zuidelijke tuinsteden van de wereldhaven onder het ‘facebook van de Neanderthalers’. Graffiti en tags als visuele geurvlaggen om het geclaimde domein virtueel af te bakenen en belendende bendes uit te dagen. Het blijft natuurlijk hand- en spanwerk, want vooral niet bedoeld als communicatie met niet-doelgroepen. Werkende mensen, volwassenen, brave burgers en bejaarden begrijpen er niets van. Maar ook ‘sociaal zwakkeren en achtergestelden’ moeten betrokken worden bij de officiële samenleving in de zuidelijke tuinsteden. En dus liet de huisvestingsmaatschappij op de blinde kopzijde van de flats langs de hoofdstraat handreikingssymbolen aanbrengen van geheime genootschappen. Metershoog uitvergroot door gesubsidieerde kunstenaars. In de hoop dat ook jeugdige bendeleden zich op die manier erkend weten. Dat moet de boel immers beter samenhouden in de wijk.

Er was een tijd dat de toon in deze wijk gezet werd door twintig vierkante meter Baroeg Spinoza en tal van moeilijke straatnamen. Wou je erbij horen dan wist je best naar wie je straat was genoemd en die van je vriendjes en waarom die afvallige jood zo groot geschilderd je met zijn vriendelijke ogen volgt wanneer je er voorbij loopt.
Vandaag hoeft dat niet meer. Vandaag staat wat er nog rest van volksopvoeding voor een vorm van segregatie en heet degelijk onderwijs met fatsoenlijke eisen een vorm van discriminatie.
Vandaag wil en moet iedereen op zijn of haar wenken bediend worden.
Al leidt dat uiteraard tot pijnlijke illusies.

Wees behoedzaam, ook in je verlangens

‘Dokter, mijn moeder heeft borstkanker. En haar moeder ook, en mijn tante en haar dochter misschien ook. Ik wil weten waar ik aan toe ben. Hoe moet ik hiermee leven? Ik wil het weten, nu! U moet me verwijzen voor genetic counseling. Ik heb het allemaal op tv gezien en dat kan alleen in het Erasmus ziekenhuis van de universiteit. En het moet snel want ik kan hiermee niet leven.’
Of nog:
‘Dokter, ik kan het niet meer aan. Ik wou even tijd voor mezelf, een beetje ruimte om na te denken. Hij liet me geen moment meer alleen. De hele dag en nacht telefoontjes en smsjes. Ik werd er gek van. Hij belde me zondag bij mijn moeder met een ander mobieltje. Toen ik opnam en zei dat ik rust wou, zei hij dat hij daar nu juist voor belde. Om me te zeggen dat hij nooit meer zou bellen… Hij heeft zich voor de kop geschoten op onze nieuwe bank. Ik moet naar een psychiater en ik wil pillen om rustig te worden.’

Geen van beide jonge vrouwen bleek nadien van de doorverwijzing gebruik gemaakt te hebben.
Erfelijke belasting met borstkanker en een verleden met psychiatrische behandeling zijn vandaag voldoende om problemen te krijgen bij een sollicitatie en een hypothecaire lening.
‘Ik heb uw verwijzing toch maar niet gebruikt, dokter. Excuus. Ik ben nog jong, dokter. Ik wil nog een leven met toekomst en een huis en een lieve man en een kind of twee.’
Baroeg Spinoza schreef het reeds: ‘Verlangen is de essentie van de mens. Wees behoedzaam’.

www.janvanduppen.be

@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums - mod